Vias institute heeft in samenwerking met Recytyre vandaag een controleactie uitgevoerd om de staat van de banden te controleren op de snelwegparking van Bierges. Ongeveer 8 op 10 voertuigen die in het kader van deze actie werden gecontroleerd, had banden die in goede staat waren. 8% van de wagens had echter een te lage bandenspanning, 10% een te hoge bandenspanning. Verschillende wagens reden ook rond met een profieldiepte van rond de 3 millimeter, wat het risico op aquaplaning vergroot. Meer dan de helft van de Belgen gaat dit jaar met de auto op vakantie. Banden zijn een essentieel onderdeel van de veiligheid wanneer men een traject van meerdere honderden kilometers aflegt met een beladen voertuig. 

Meer dan de helft van de Belgen gaat dit jaar met de auto op vakantie. Van die groep zal 1 op de 4 bestuurders een rit van meer dan 1000 km afleggen. Om deze bestuurders bewust te maken van het belang van een goed onderhouden voertuig en zeker van banden in goede staat, heeft Vias institute in samenwerking met Recytyre een bandencontroleactie georganiseerd op de snelwegparking van Bierges. In het kader van deze actie werden 110 voertuigen gecontroleerd.

Resultaten van de actie in Bierges

De balans van de actie is overwegend positief. Veel bestuurders hadden recent nog een grondige check-up laten doen door hun garagist om zeker te zijn dat hun auto in orde was voor vertrek.

Ongeveer 8 op de 10 gecontroleerde voertuigen (82%) beschikte over banden in goede staat. Bij 10% van de voertuigen was die bandenspanning te hoog, bij 8% te laag.

Daarnaast werd ook bij 5% van de wagens vastgesteld dat de profieldiepte tussen de 1,6 mm en 3mm was. Het wettelijke minimum is 1,6 millimeter, maar zelfs met een profieldiepte van 3 mm kan de band aanzienlijk minder goed water afvoeren en vergroot oa de kans op aquaplaning.

Banden: essentieel voor de veiligheid

Het contactoppervlak tussen de auto en de weg wordt gevormd door de banden. Per band is het oppervlak niet groter dan dat van een postkaart. Dit kleine oppervlak moet onder alle weersomstandigheden zorgen voor een optimale wegligging en grip. Dit is een essentiële garantie voor de veiligheid. Daarom moeten de banden niet alleen op de juiste spanning staan, maar ook in goede staat verkeren.

De juiste bandenspanning

Uit een enquête van Vias van enkele jaren geleden blijkt dat slechts 21% van de automobilisten maandelijks de bandenspanning controleert. Eén op de vier (24%) doet dit alleen als de banden te zacht zijn en één op de acht (12%) doet dit… nooit. 

Voor banden met een te lage bandenspanning geldt het volgende:

-    Ze zijn „platter”, waardoor het wrijvingsoppervlak grotere wordt. Op wegen die soms sterk aan de   

     zon worden blootgesteld kan dat leiden tot oververhitting of zelfs tot een klapband.

-    Ze vervormen sterker, waardoor hun remvermogen afneemt, met name op een nat wegdek.

-    Ze slijten sneller aan de randen van het loopvlak dan in het midden, waardoor hun levensduur  

     afneemt.

-    Ze leiden tot een hoger brandstofverbruik van ongeveer 2 tot 3 %.

Ook een veel te hoge bandenspanning (meer dan 0,5 bar te veel) vergroot de kans op een klapband en aquaplaning.

De ideale bandenspanning voor uw auto staat vermeld in een sticker op de deurpost van het bestuurdersportier of op de tankklep. Voor een lange rit op de snelweg wordt aangeraden de banden lichtjes harder op te pompen. Dit geldt zeker als je een caravan of aanhanger trekt.

Banden in goede staat

Banden in goede staat zijn banden die geen beschadigingen, uitstulpingen, scheuren enz. vertonen, en zeker een voldoende profieldiepte hebben. Hoewel de regelgeving slechts een minimale profieldiepte van 1,6 mm voorschrijft, wordt sterk aangeraden om de banden te vervangen zodra de profieldiepte nog maar 3 mm bedraagt. Banden met een profieldiepte van 3 mm (38 % van de oorspronkelijke profieldiepte) voeren namelijk 75 % minder water af dan nieuwe banden.

Dit zijn drie grote gevaren die kunnen voorkomen wanneer je als bestuurder rijdt met een voertuig met versleten banden:

    Aquaplaning: dit treedt op wanneer de wielen van een rijdend voertuig het contact met het wegdek verliezen door een waterlaag die zich tussen de wielen en de grond heeft gevormd. De wielen „zweven”, waardoor het voertuig onbestuurbaar wordt. Hoe hoger de snelheid en hoe ernstiger de bandenslijtage, hoe groter het gevaar dat het contact met de weg wordt verloren.

    Probleem bij een noodstop. Wanneer de wielen blokkeren, hebben de banden geen grip meer op de weg en gaan ze slippen, waardoor de remweg toeneemt.

    Controleverlies in bochten: bij versleten banden, vooral aan de achterzijde, kan de verminderde zijdelingse grip leiden tot een afwijking van de rijlijn of zelfs tot verlies van controle over het voertuig. 

Volgens de Franse Prévention Routière is 4 tot 5% van de dodelijke ongevallen op snelwegen te wijten aan een defect aan de banden. Reden genoeg om de slijtage en de bandenspanning regelmatig te controleren.